1 VAN DE 2500: “EEN VOL DAHLIAVELD VIND IK MINSTENS ZO MOOI ALS EEN WAGEN DIE DE TENT UIT RIJDT”
Sint Jansklooster is een dorp met zo’n 2500 inwoners. Ieder van hen draagt op zijn of haar eigen manier bij aan dat ene bijzondere landelijke evenement dat zij samen mogelijk maken: Corso Sint Jansklooster. Wie zijn deze mensen en waarom zetten zij zich het hele jaar vrijwillig in?
Robert van Benthem is al achttien jaar betrokken bij de bloemencommissie van Corso Sint Jansklooster. Daarnaast bouwt hij de laatste tien jaar fanatiek mee aan de corsocreaties van After Nero’s. Het corsovirus stroomt door zijn bloed of zijn het toch de dahlia’s?
Last minute puzzelwerk
Binnen de bloemencommissie is Robert een van de in- en verkopers. Vooral in de corsoweek draait alles op volle toeren met de inkoop van de dahlia’s. “Dan zit ik in de manege vooral achter de laptop om samen met anderen alles in te voeren”, vertelt hij. “We proberen de bloemen zo eerlijk mogelijk te verdelen, zodat elke groep evenveel meekrijgt van een tekort of juist van een overschot. Zo ontstaat er een eerlijk speelveld voor alle groepen.”
De verkoop loopt ongeveer acht weken. In die weken levert de bloemencommissie aan andere corso’s in België, Duitsland en Nederland. “Zes weken lang gaan de velden hier eigenlijk helemaal kaal. Alle groepen willen natuurlijk alles leveren, maar soms is er weinig vraag naar een bepaalde soort. En andere soorten zijn juist enorm populair bij andere corso’s. Dat alles maakt het verkooptechnisch best een uitdaging.”
Daarnaast is het allemaal last minute puzzelwerk, want anderhalve week van te voren is pas duidelijk welke dahlia’s er nodig zijn bij de corso’s. “Elk jaar gaan er meer dan een miljoen knollen de grond in, verspreid over heel Nederland. Het assortiment is dus altijd wel breed genoeg om te voorzien in wat iedereen nodig heeft. Alleen als er iets extreems gebeurd kunnen er problemen ontstaan”, legt Robert uit.
Beter rendement
Alle corsogroepen in Sint Jansklooster hebben een eigen bloemenveld, Robert is tevreden. “Ik denk dat wij het heel goed doen. Ik weet niet precies wat de gemiddelden zijn in Nederland, maar als ik kijk wat wij elk jaar verkopen als bloemencommissie, dan doen we het echt goed.” En dat komt niet door grotere bloemenvelden. “Het rendement bij de corsogroepen gaat vooral omhoog. Uiteindelijk is dat beter: minder oppervlak, minder onkosten en toch een betere opbrengst.”
Het dahlia- en corsovirus
Hoewel Robert al jarenlang actief is binnen de bloemencommissie, begon hij ongeveer tien jaar geleden ook met fanatiek bouwen bij After Nero’s. “Ik ging een keer kijken en dacht: ik help wel even mee. Sindsdien mis ik eigenlijk geen avond meer.” Hoe hij dat fanatisme verklaar? “Je bent met een onderdeel bezig en wilt daar steeds verder mee. Het kruipt onder je huid en gaat eigenlijk niet meer weg.”
Behalve dan die laatste week, want dan gaan de dahlia’s weer voor. “Het is echt een hobby geworden om ervoor te zorgen dat iedere groep zoveel mogelijk én eerlijk verdeelde dahlia’s krijgt. En daarna wil ik het liefst dat de groepen elke week hun velden helemaal leeg kunnen plukken. Dat is echt een doelstelling voor mij.”
Bij Robert zijn de dahlia’s duidelijk dieper geworteld dan het bouwen ooit kan worden. “Ik hoor mensen in de corsopodcast wel eens zeggen dat ze kippenvel krijgen als de wagen de tent uit rijdt. Dat heb ik niet. Ik vind het prachtig om te bouwen en ik ben er trots op, maar ik krijg er geen kippenvel van. Maar als wij dahlia’s mogen leveren en er staan driehonderd kisten op het veld, helemaal vol met dahlia’s, dan word ik daar net zo gelukkig van. Dat vind ik minstens zo mooi als een wagen die de tent uit rijdt.”